Home Actueel Uitleg bij de WIA-beoordeling

Uitleg bij de WIA-beoordeling

Over de WIA-beoordeling heerst veel onduidelijkheid en bestaan veel misverstanden: hoe kan het dat de ene persoon met beperkingen een hoger arbeidsongeschiktheidspercentage heeft dan de andere persoon met precies dezelfde beperkingen? Waarom zijn er veel mensen die in het verleden een goede baan hadden volledig afgekeurd? Ze kunnen toch in ieder geval nog dezelfde werkzaamheden verrichten als mensen die voorheen een lager betaalde functie hadden?

Mensen denken vaak (ten onrechte) dat het arbeidsongeschiktheidspercentage alleen van de ernst van de beperkingen afhangt. Dit is NIET het geval. Het arbeidsongeschiktheidspercentage geeft een inkomensverlies aan. De bijbehorende uitkering is ter compensatie van het verlies aan inkomen. Je wordt echter nooit volledig gecompenseerd. Dan zou het niet lonen om te werken. Doel van de hele wet is juist om mensen die kunnen werken ook daadwerkelijk zoveel mogelijk te laten werken.

Een voorbeeld ter verduidelijking

Na het beoordelen van de re-integratie inspanningen geeft de CBBS-database van het UWV aan dat je met beperkingen die door de verzekeringsarts zijn vastgesteld in theorie de volgende functies kunt uitvoeren en daarmee het volgende kunt verdienen:

Functie 1 € 1900
Functie 2 € 2000
Functie 3 € 2100

De arbeidsdeskundige van het UWV is het daar mee eens. Bij de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage wordt de middelste functie waarmee je in theorie € 2000 kunt verdienen als uitgangspunt genomen. Bij het selecteren van de functies wordt ook naar het opleidingsniveau gekeken.

Was je oude loon € 2000, dan ben je niet arbeidsongeschikt. Met ander werk kun je hetzelfde verdienen als voorheen. Je krijgt geen compensatie voor inkomensverlies, ook al zijn er wel beperkingen.

Was je oude loon € 4000 dan ben je voor (4000-2000/4000) = 50% arbeidsongeschikt. In theorie kun je met ander werk nog de helft van je inkomen verdienen van voor de beperkingen. Je hebt daarom recht op een uitkering voor een stukje inkomensverlies.

Was je oude loon € 10.000 dan ben je voor (10.000-2000/10.000) = 80% arbeidsongeschikt. Met ander werk dat bij je beperkingen past kun je nog wel inkomen genereren (€ 2.000), maar daarmee kom je bij lange na niet in de buurt van je oude inkomen (€ 10.000). Er is een enorm verlies aan inkomen. Dit wordt voor een deel gecompenseerd door een uitkering.

Soorten uitkeringen

Voor de mensen die een heel groot inkomensverlies hebben (meer dan 80% arbeidsongeschikt) en waarbij er geen zicht meer is op herstel (de klachten zijn duurzaam) is er de IVA. Deze uitkering is 75% van het laatstverdiende loon tot het maximum dagloon. 

Is het percentage arbeidsongeschiktheid minder dan 35%? Dan ontvang je geen WIA-uitkering. Je inkomensverlies is in theorie beperkt en je kunt op zoek naar (ander) werk dat past bij je mogelijkheden en beperkingen. Daarmee kun je een inkomen verdienen dat heel dicht in de buurt ligt van je oude inkomen.

Ben je tussen de 35% en 80% of meer dan 80% arbeidsongeschikt maar niet duurzaam? Dan kom je in de WGA. De officiële naam is Werhervattingsuitkering Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten. Je kunt het ook onthouden als Wil Graag Arbeid. In deze situatie loont werken altijd. De uitkering wordt weliswaar lager, maar samen met het nieuwe loon word je totale inkomen hoger.


Deze situatie en de bijbehorende uitkering is het meest complex. Eerst ontvangt iedereen een tijdelijke loongerelateerde uitkering (LGU). De duur is afhankelijk van het arbeidsverleden en de hoogte is afhankelijk van je laatst verdiende loon en wel of niet werken. 

Na een periode van maximaal 2 jaar loongerelateerde uitkering ontvang je een loonaanvullingsuitkering (LAU) of vervolguitkering (VVU). Welke uitkering je ontvangt hangt af van de mate waarin je je restverdiencapaciteit benut. De restverdiencapaciteit is door het UWV bepaald bij de WIA-beoordeling en geeft aan wat je met je beperkingen nog kunt verdienen. Mocht het je op termijn niet lukken om nieuw werk te vinden dan kun je alsnog te maken krijgen met een groot inkomensverlies. Dit is dan niet volledig te wijten aan de beperkingen, maar kan te maken hebben met de regio waarin je werk zoekt of vraag en aanbod op de arbeidsmarkt waarbij het aantal werkzoekenden veel groter is dan het aantal vacatures.

Het advies is om je altijd (professioneel) te laten begeleiden bij een WIA-aanvraag en iemand mee te nemen naar het gesprek bij de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige van het UWV. Twee personen weten en horen altijd meer dan één. Het is voor velen ook een spannend en belangrijk moment. Na 2 jaar (deels) arbeidsongeschikt te zijn komt er duidelijkheid of je in aanmerking komt voor een uitkering en zo ja hoe hoog die is. 

En ook goed om te weten: je kunt in bezwaar gaan tegen de beslissing van het UWV als je het er niet mee eens bent. Want ook bij het UWV werken mensen en waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt.

 

Mocht je meer informatie willen over de WIA-aanvraag, WIA-beoordeling of over het indienen van een bezwaarschrift, dan kun je altijd contact met ons opnemen.