Wetsvoorstel maatregelen loondoorbetaling bij ziekte en WIA

Met name kleine werkgevers ervaren de verplichtingen die de wet hen bij zieke werknemers oplegt als zwaar. De loondoorbetalingsverplichting gedurende twee jaar, de verplichte reintegratie-inspanningen en dan ook nog het gevaar van een loonsanctie vormen hete hangijzers.

Naast werkgevers, ervaren ook WIA-gerechtigde werknemers knelpunten bij werkhervatting. Het risico op een lagere uitkering weerhoudt hen ervan om in de praktijk meer te gaan verdienen dan de door het UWV vastgestelde restverdiencapaciteit.

Om tegemoet te komen aan de werkgevers en werknemers heeft de regering op 20 december 2018 een pakket aan maatregelen voorgesteld. De maatregelen die wetswijziging vergen, zijn op 18 juni jl. in een wetsvoorstel gepubliceerd.

Inhoud wetsvoorstel; financiële tegemoetkoming

Onderdeel van de verzuimkosten is de premie die een werkgever moet afdragen voor de Wet WIA. Deze premie bestaat uit twee onderdelen: de basispremie WAO/IVA/WGA (Aof) en de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk). In het wetsvoorstel wordt voorgesteld om alle werkgevers een premievermindering op de basispremie te geven.

Inhoud wetsvoorstel; advies bedrijfsarts leidend bij RIV-toets

Werkgevers zijn op grond van de Wet WIA en de Arbeidsomstandighedenwet verplicht om zich te laten adviseren door een erkende arbodienst of bedrijfsarts bij de begeleiding van zieke werknemers.

Bij de aanvraag van een WIA-uitkering wordt door het UWV beoordeeld of de werkgever en werknemer samen voldoende re-integratie-inspanningen hebben verricht (‘RIV-toets’). Als het UWV negatief concludeert, zal het UWV de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever verlengen met maximaal 52 weken (‘loonsanctie’).

Tijdens de RIV-toets kan een verzekeringsarts van het UWV een eigen medisch oordeel geven over de beperkingen en inzetbaarheid van de werknemer. Dit oordeel kan afwijken van het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer. Bij 12% van de opgelegde loonsancties is een verschil van inzicht tussen bedrijfsarts en verzekeringsarts de hoofdoorzaak van de sanctie. Dit brengt voor werkgevers een ongewenste onzekerheid met zich mee. Wettelijk bezien zijn zij verplicht om het advies van de bedrijfsarts als uitgangspunt te nemen bij de inrichting van het re-integratietraject maar tegelijkertijd kunnen zij door het UWV afgerekend worden op deze adviezen zonder dat zij daar direct invloed op hebben.

In het wetsvoorstel wordt voorgesteld om het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer leidend te maken bij de RIV-toets. De RIV-toets zal slechts nog berusten op een arbeidsdeskundige beoordeling van het re-integratieverslag door het UWV. De verzekeringsarts zal het advies van de bedrijfsarts niet langer beoordelen, hetgeen meer zekerheid geeft aan werkgevers. De sociaal-medische claimbeoordeling voor het recht op een WIA-uitkering blijft (onveranderd) uitgevoerd door de verzekeringsartsen van het UWV.

Inhoud wetsvoorstel; activeren WIA-gerechtigden

Conform de Wet WIA wordt het percentage arbeidsongeschiktheid vastgesteld op basis van een inkomensvergelijking. Het UWV vergelijkt het loon dat verdiend werd in het jaar vóórdat de werknemer ziek werd met het loon dat de werknemer in theorie nog kan verdienen, rekening houdend met de arbeidsbeperkingen (‘restverdiencapaciteit’). Het percentage dat niet meer verdiend wordt, vormt het arbeidsongeschiktheidspercentage. Bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35% of hoger wordt een WIA-uitkering toegekend.

Als een WIA-gerechtigde werk gaat doen waarmee meer verdiend wordt dan de restverdiencapaciteit, kan het UWV bij een herbeoordeling tot de conclusie komen dat de mate van arbeidsongeschiktheid is afgenomen. Hetgeen in de praktijk verdiend wordt, is dan immers meer dan hetgeen in theorie verdiend kan worden (‘praktische schatting’). Dit vormt een drempel om het werk te hervatten.

Het wetsvoorstel stelt voor om het arbeidsongeschiktheidspercentage vijf jaar lang niet te verlagen vanwege inkomsten uit arbeid zodat er meer zekerheid is over de WIA-uitkering. Als iemand (meer) gaat werken dan kan het UWV niet om die reden een herbeoordeling inplannen. Als het UWV binnen deze periode om andere redenen een herbeoordeling verricht, wordt geen praktische schatting uitgevoerd. Hiermee wordt de drempel om werk te hervatten weggenomen en kan de werknemer ondervinden of het werk structureel vol te houden of passend is.

De beoogde ingangsdata van het wetsvoorstel verschillen per onderwerp. Het deel van het wetsvoorstel dat gericht is op het activeren van de WIA-gerechtigden heeft 1 juli 2020 als beoogde ingangsdatum terwijl de financiële tegemoetkoming en de aanpassing van de RIV-toets vanaf 1 januari 2021 van toepassing zouden moeten worden.

Voor het zover is, moeten de Tweede en Eerste Kamer nog over het wetsvoorstel stemmen. Maar ook jij mag je mening over het voorstel kenbaar maken! Tot 17 juli a.s. kun je hier een reactie geven.